|
Op het objectief zit meestal maar een beperkt aantal schakelaars.
Ik gebruik bewust het woord schakelaar omdat er alleen iets mee aan
of uit gezet kan worden.
Als voorbeeld hieronder een canon 70-200 f/2.8 L IS zoomobjectief dat
in vergelijking tot andere objectieven veel schakelaars bevat
De bovenste schakelaar geeft de elektronica aan of het onderwerp
dichtbij is (close-up) de minimale scherpstelafstand wordt dan 1,4 m tot oneindig.
Als het onderwerp verder dan 2,5 m verwijderd is dan is de andere stand beter. Deze
standen zitten erop om sneller en nauwkeuriger te kunnen scherpstellen
De volgende schakelaar is de Auto Focus (AF) en Manual Focus (MF)
schakelaar. Deze geeft de mogelijkheid om de autofocus aan of uit te zetten.

Figuur 18 Canon 70-200mm L f/2.8 IS USM
De derde schakelaar zet de Image Stabilizer (IS) aan of uit.
Zoals al eerder gezegd zorgt IS ervoor dat bewegingsonscherpte door
de fotograaf gereduceerd wordt.
Dit betekent dat er tot 1/15e sec uit de hand
gefotografeerd kan worden.
Indien vanaf een statief wordt gefotografeerd heeft IS geen
toegevoegde waarde het kan zelfs bewegingsonscherpte in de hand werken.
Het programma dat de IS bestuurt blijft namelijk zoeken naar beweging
die er niet meer is en zal vergelijkbaar met het hunten bij scherpstellen de
lensgroepen blijven verstellen.
Bij NIKON is IS gelijk aan VR en zo hebben verschillende fabrikanten
elk hun eigen specifieke afkortingen en naamgeving
De laatste schakelaar zet de IS in volledige stabilisatie.
Stand 1 is zowel horizontale als verticale stabilisatie en stand 2 is
alleen horizontale stabilisatie en is daarmee prima geschikt voor het meetrekken van de
camera bij bewegende onderwerpen.
Op de meeste objectieven zit veelal maar één schakelaar en dat is
de AF/MF schakelaar.
Het zoomen van een objectief gebeurt door middel van een zoomring of
een schuifsysteem.
Normaal gesproken is het niet verstandig om te zoomen nadat is scherp
gesteld omdat de elektronica de beweging zal corrigeren en dan niet het gewenste effect
wordt verkregen.
Toch kan zoomen tijdens de belichting een creatief effect hebben maar
daarover later meer.
Veel objectieven kennen ook een zogenaamde macro stand.
Deze stand staat iets voorbij de minimale scherpstelafstand.
Dit betekent dat AF in dat stukje macro gebied niet
werkt.
Dus om een zo groot mogelijk vergroting met een objectief te bereiken
betekent handmatig scherpstellen.
Zet het objectief dus op MF en op de grootste brandpuntafstand
(maximale vergroting).
Draai de scherpstelling naar macro-stand, de absoluut minimale
scherpstelafstand van het objectief.
Kijkend door de zoeker beweeg je langzaam voor en achteruit totdat
het onderwerp scherp is. Je hebt nu de maximale vergroting van het objectief bereikt.
Tot slot zit er op de meeste
objectieven ook een fysieke indicatie van de afstand waarop is scherpgesteld.
Dit is een venster in het objectief
waar de afstand in af te lezen is.
Naast het het venster bevinden zich
een of meerder rode merktekens. Deze zijn bedoeld voor infrarood fotografie.
Infrarood licht heeft een golflengte
die buiten het normale zichtbare bereik ligt en het objectief moet daarvoor handmatig
gecorrigeerd worden.
Het diafragma dat ook onderdeel van
het objectief is, is niet handmatig meer in te stellen in tegenstelling tot vroeger
waarbij er ook voor het diafragma een aparte instelring was.
Zoals te zien bevindt zich op het
objectief nog een schaalverdeling namelijk de scherptediepte verdwenen en kan de
scherptediepte alleen nog maar berekend worden.
Globaal kan wel gesteld worden dat de
scherptediepte van 1/3 voor het focuspunt ligt en 2/3 erachter.
Dit geldt ook voor de hyperfocale afstand. Voor deze cursus gaan
deze berekeningen echter te ver.
Op http://nl.wikipedia.org/wiki/
staan verschillende artikelen die uitleg geven over deze toch wat ingewikkelde
berekeningsmethodieken.
Per diafragma - dat links en rechts
van de oranje streep staat - kan je zien op de scherpstel/afstandring tot waar de
scherptediepte loopt.
Op de foto is bij diafragma f/8
scherpgesteld op 0,8 m en het beeld is dan scherp van 0,6 m tot 1,4 m.
Omdat het diafragma niet meer
handmatig kan worden ingesteld is de scherptedieptering .

Figuur 19
Venster met scherpstelafstand en infraroodmarkering

Figuur 20
Canon FD 24 mm f/2.8
|