123cursus fotografie.nl

 

fotografie

Handleiding fotografie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.1           Het Objectief

 

Op het objectief zit meestal maar een beperkt aantal schakelaars.

Ik gebruik bewust het woord schakelaar omdat er alleen iets mee aan of uit gezet kan worden.

Als voorbeeld hieronder een canon 70-200 f/2.8 L IS zoomobjectief dat in vergelijking tot andere objectieven veel schakelaars bevat

 

 

De bovenste schakelaar geeft de elektronica aan of het onderwerp dichtbij is (close-up) de minimale scherpstelafstand wordt dan 1,4 m tot oneindig. Als het onderwerp verder dan 2,5 m verwijderd is dan is de andere stand beter. Deze standen zitten erop om sneller en nauwkeuriger te kunnen scherpstellen

De volgende schakelaar is de Auto Focus (AF) en Manual Focus (MF) schakelaar. Deze geeft de mogelijkheid om de autofocus aan of uit te zetten.

 

image041.jpg (13496 bytes)

 

Figuur 18       Canon 70-200mm L f/2.8 IS USM

 

 

De derde schakelaar zet de Image Stabilizer (IS) aan of uit.

Zoals al eerder gezegd zorgt IS ervoor dat bewegingsonscherpte door de fotograaf gereduceerd wordt.

Dit betekent dat er tot 1/15e sec uit de hand gefotografeerd kan worden.

 

Indien vanaf een statief wordt gefotografeerd heeft IS geen toegevoegde waarde het kan zelfs bewegingsonscherpte in de hand werken.

Het programma dat de IS bestuurt blijft namelijk zoeken naar beweging die er niet meer is en zal vergelijkbaar met het “hunten” bij scherpstellen de lensgroepen blijven verstellen.

 

Bij NIKON is IS gelijk aan VR en zo hebben verschillende fabrikanten elk hun eigen specifieke afkortingen en naamgeving

De laatste schakelaar zet de IS in volledige stabilisatie.

 

Stand 1 is zowel horizontale als verticale stabilisatie en stand 2 is alleen horizontale stabilisatie en is daarmee prima geschikt voor het meetrekken van de camera bij bewegende onderwerpen.

 

 

Op de meeste objectieven zit veelal maar één schakelaar en dat is de AF/MF schakelaar.

 

Het zoomen van een objectief gebeurt door middel van een zoomring of een schuifsysteem.

Normaal gesproken is het niet verstandig om te zoomen nadat is scherp gesteld omdat de elektronica de beweging zal corrigeren en dan niet het gewenste effect wordt verkregen.

Toch kan zoomen tijdens de belichting een creatief effect hebben maar daarover later meer.

 

Veel objectieven kennen ook een zogenaamde macro stand.

Deze stand staat iets voorbij de minimale scherpstelafstand.

Dit betekent dat AF in dat stukje “macro” gebied niet werkt.

Dus om een zo groot mogelijk vergroting met een objectief te bereiken betekent handmatig scherpstellen.

 

Zet het objectief dus op MF en op de grootste brandpuntafstand (maximale vergroting).

 

Draai de scherpstelling naar macro-stand, de absoluut minimale scherpstelafstand van het objectief.

 

Kijkend door de zoeker beweeg je langzaam voor en achteruit totdat het onderwerp scherp is. Je hebt nu de maximale vergroting van het objectief bereikt.

 

 

Tot slot zit er op de meeste objectieven ook een fysieke indicatie van de afstand waarop is scherpgesteld.

Dit is een venster in het objectief waar de afstand in af te lezen is.

Naast het het venster bevinden zich een of meerder rode merktekens. Deze zijn bedoeld voor infrarood fotografie.

 

Infrarood licht heeft een golflengte die buiten het normale zichtbare bereik ligt en het objectief moet daarvoor handmatig gecorrigeerd worden.

 

Het diafragma dat ook onderdeel van het objectief is, is niet handmatig meer in te stellen in tegenstelling tot vroeger waarbij er ook voor het diafragma een aparte instelring was.

 

 

Zoals te zien bevindt zich op het objectief nog een schaalverdeling namelijk de scherptediepte verdwenen en kan de scherptediepte alleen nog maar berekend worden.

 

Globaal kan wel gesteld worden dat de scherptediepte van 1/3 voor het focuspunt ligt en 2/3 erachter.

 

Dit geldt ook voor de hyperfocale afstand. Voor deze cursus gaan deze berekeningen echter te ver.

Op http://nl.wikipedia.org/wiki/ staan verschillende artikelen die uitleg geven over deze toch wat ingewikkelde berekeningsmethodieken.

 

Per diafragma - dat links en rechts van de oranje streep staat - kan je zien op de scherpstel/afstandring tot waar de scherptediepte loopt.

Op de foto is bij diafragma f/8 scherpgesteld op 0,8 m en het beeld is dan scherp van 0,6 m tot 1,4 m.

 

Omdat het diafragma niet meer handmatig kan worden ingesteld is de scherptedieptering .

 

image043.jpg (23938 bytes)

 

Figuur 19       Venster met scherpstelafstand en infraroodmarkering

 

image045.jpg (25076 bytes)

 

Figuur 20       Canon FD 24 mm f/2.8

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoekmachine marketing Roswebdesign © 2011 | trefwoorden | map
info@123cursus-fotografie.nl

 

 

 

 

 

 

 

cursus digitale fotografiecursus fotografie

 

     

 

 

 

 

 

 

Onderwerpen online cursus fotografie:

 

ae lock
AF punt selectie
AI focus
AI serve
auto exposure bracketing
autofocus
autofocussensor
automaatstanden
bajonet
beeldstabilisatie
behuizing
belichting
belichtingscompensatie
belichtingsmeter
bouw van het objectief
brandpuntafstand
camera
creatieve standen
cropfactor
diafragma
dipotrie verstelling
flits belichting vastzetten
flitscompensatie
gebruik van de flitser
geheugenkaartje
histogram
hoe werken we met de camera
hoe wordt een foto gemaakt
iso waarde
lenzen
lichtmeter
lichtsterkte
objectief
objectieven
one shot
processor
programmaknop
raw
rode ogen reductie
ruis
scherpstelmechanisme
sensor
sluitergordijn
spiegel
witbalans

 

 

Niets uit deze online handleiding mag zonder toestemming van 123cursus-fotografie.nl worden gebruikt voor commerciele doelstellingen.