|
Het meest complexe deel van de camera is waarschijnlijk wel het
belichtingssysteem.
De lichtmeter meet niet alleen de hoeveelheid licht dat van het
onderwerp richting de camera wordt gereflecteerd (reflective metering) maar zorgt ook voor
de instelling van de witbalans (de kleur van het licht) en de gevoeligheid van de sensor.
In het geval van te weinig licht wordt ook de flitser op de camera in
werking gesteld.
Het hart van de lichtmeter wordt gevormd door meerdere fotodioden,
tot soms wel 45 stuks, die signalen afgeven op basis waarvan de juiste belichting wordt
berekend.
De lichtmeter werkt niet met kleur maar op basis van intensiteit van
het licht en werkt met een gemiddelde grijswaarde (18%).
Dit betekent dat de lichtmeter iedere intensiteit hiernaartoe terug
probeert te brengen, dit geldt voor het diepste zwart tot het helderste wit.

Figuur 14
Lichtbepaling
De lichtmeter van de camera kent meestal
drie manieren om het gereflecteerde licht te interpreteren namelijk:
de integrale lichtmeting, waarbij
gebruik gemaakt van verschillende meetpunten over het hele beeld en wordt het
"beste" gemiddelde bepaald,
de centrum lichtmeting. Hierbij wordt een aantal meetpunten
gebruikt rond het midden van de foto. Het aantal meetpunten dat hierbij gebruikt wordt is
minder dan bij de integrale lichtmeting.
Dit gebied is ongeveer 40% van de integraalmeting. Het idee hierachter is dat het
belangrijkste deel van de foto correct belicht wordt,
de spot lichtmeting, waarbij alleen het midden van het beeld
wordt gemeten.
Dit geeft de mogelijkheid om het belangrijkste deel van de foto precies te belichten.

Integraalmeting

Centrummeting

Puntmeting
Figuur 15
Lichtmetingsmethoden |