|
Na het nemen van de foto wordt - afhankelijk van de instelling - het
histogram getoond op het LCD scherm achter op de camera.
Deze functie kan vaak op een aantal manieren worden ingesteld maar
voor de fotograaf geeft het de info stand alle informatie over de genomen foto.
Naast de belangrijkste instellingen en een kleine afbeelding van de
foto wordt een deel van het scherm ingenomen door het histogram.
Het histogram geeft in grafische vorm de informatie over de
belichting van de foto. Aan het histogram kan gezien worden hoe de foto belicht is. Het
geeft aan de uiterste linkerkant informatie over het aandeel zwart in de foto en aan de
uiterste rechterkant informatie over het aandeel wit. Tussen deze uiterste zitten de
grijswaarden.
Het aantal pixels dat voorkomt wordt vertikaal getoond. Hierdoor
krijgt het histogram een bepaalde berg vorm.
Bij onderbelichte opnamen bevat het beeld veel zwarte en donkergrijze
pixels.
Dit zorgt ervoor dat er aan de linkerkant van het histogram aan
opeenhoping ontstaat.
Bij een goed belichte foto met een gelijkmatig contrast zal het beeld
van het histogram meer hoogte in het midden tonen aflopend naar de buitenkanten.
Bij overbelichting is er te veel echt wit in het beeld wat voor een
opeenhoping van pixels aan de rechterkant van het histogram zorgt.

Onderbelicht

Goed belicht

Overbelicht
In de pieken aan de uiteinden, zowel links als rechts, is er geen
detail meer aanwezig in het beeld.
Al de zwarte pixels zijn echt zwart en alle witte pixels zijn
superwit.
Beide uitersten geven aan dat er iets mis is met de belichting van
het onderwerp.
Onderwerpen met grote contrasten geven een beeld alsof de belichting
correct was met pieken aan de uiteinden.
Het beste is natuurlijk pieken in het histogram aan het uiteinde te
voorkomen maar als dat niet lukt dan heeft het onderbelichten van een opname de voorkeur.
De onderbelichting wordt dan zo ingesteld dat het aantal witte pixels
zo laag mogelijk blijft. Onderbelichte fotos zijn met de huidige software beter te
redden dan overbelichtte.
In de foto zelf op het LCD scherm geeft een knipperend deel aan waar
de overbelichting zich bevindt.
Door dit deel nauwkeuriger te belichten, bijvoorbeeld met behulp van
spotmeting, kan de overbelichting voorkomen worden. |