|
Net als bij het oog valt het teruggekaatste licht van het onderwerp
op de voorste lens van het objectief en verplaatst zich daarna door de verschillende
lens(groepen) naar de spiegel van de camera.
Een deel van het licht wordt door de spiegel naar boven gekaatst door
de lichtmeter naar het pentaprisma en vervolgens via het oculair naar ons oog.
Een ander deel van het licht gaat door de spiegel en valt via de
secundaire spiegel op de autofocussensor.
Na het half indrukken van de ontspanknop treedt de camera-elektronica
in werking en gelijktijdig wordt het onderwerp scherpgesteld, de belichting gemeten, de
witbalans, sluitertijd en bijhorend diafragma bepaald.
De camera is nu klaar om de foto te nemen zodra de ontspanknop verder
wordt ingedrukt.
Na het volledig indrukken van de ontspanknop worden alle waarden
gefixeerd. Vervolgens vindt er opnieuw een aantal zaken gelijktijdig plaats, het diafragma
wordt gesloten, de sluiter opent zich en de sensor wordt belicht en dit alles in een
fractie van duizendste van een seconde.
Na belichting keert het toestel weer naar zijn beginstand, klaar voor een nieuwe opname.
Intussen wordt de informatie die de sensor oplevert verwerkt door een
processor en als beeld weggeschreven naar het geheugenkaartje.

Figuur 9
Weg van
het licht door de camera |