Sluitertijd
In het geval van studioflitsers is de kortste sluitertijd een bepaald
gegeven.
Iedere camera kent een zogenaamde synchronisatie snelheid (sync.speed).
Dit is de snelheid waarbij het sluitergordijn volledig openstaat en
de flits kan worden afgegeven om de sensor volledig te belichten. Inmiddels is de sync.speed al van 1/60s opgevoerd naar 1/250s bij
de moderne cameras, omdat portretfotografie relatief statisch is, is de sluitertijd
minder relevant.
De explosie van het flitslicht dat de uiteindelijke belichting maakt
wordt bepaald door het gebruikte diafragma.
De sluitertijd is alleen nodig om de sensor deze uitbarsting van
licht op te kunnen laten nemen.
Onder normale omstandigheden met objectieven tot 100mm wordt gekozen
voor 1/125s (of sneller).
1/60s is ongeveer het minimum waarmee normaal gesproken zonder
bewegingsonscherpte kan worden gefotografeerd.
Een flits duurt maar 1/500s of korter en bevriest dus eventuele
beweging.
Bij langere sluitertijden is het toch aan te raden gebruik maken van
een statief omdat omgevingslicht vooral in een niet studio-omgeving een rol kan gaan
spelen |