|

Het eerste lichtpatroon is het zogenaamde gesplitste lichtpatroon (Split lighting).
Het licht komt van één kant en belicht de helft van het model.
Eén kant van het gezicht is verlicht en de andere kant is in de
schaduw.
De overgang tussen het licht en de schaduw is hard. Het gezicht wordt
in tweeën gedeeld, het is een dramatisch licht en geeft de illusie dat een voller gezicht
slanker lijkt.
Deze techniek wordt meer voor mannen gebruikt dan bij vrouwen.
Voor vrouwen is het licht eigenlijk te hard.
Door het licht iets naar voren te plaatsen wordt het andere oog ook
een beetje verlicht en geeft een klein lichtpuntje in de ogen.
Dit heeft de voorkeur boven het patroon omdat de kijker anders moet
zoeken naar het andere oog.
Het blijft dus wel een gesplitst maar is net iets minder dramatisch.

Het volgende lichtpatroon wordt gemaakt met de zogenaamde Rembrandt
opstelling.
Dit is een mooi lichtpatroon maar is niet voor ieder model even
geschikt.
De lichtbron wordt hoog,schuin voor het model geplaatst waarbij de
nadruk op één kant van het gezicht ligt, de andere zijde en waarbij het oog dat in
de schaduw licht als het ware wordt gevangen in een driehoek van licht.
Het geeft het model een karakteristiek van voornaam, belangrijk en
vertrouwenwekkend.
Het geeft dus speciale uitstraling.
Het licht moet hoog genoeg kunnen staan om de lichtdriehoek van de neus tot de mondhoek.
En het gezicht van het model moet recht blijven, zodra de kin een
beetje zakt verdwijnt het effect en wordt het uiterlijk een beetje spookachtig. Een (te)
hoge kin geeft een fraai effect maar omdat het licht dan over de bovenlip de wang
enigszins verlicht verdwijnt het echte Rembrandt effect.

Het derde patroon is het zogenaamde cirkel belichting (loop Light). Hierbij is het licht nog iets
rechter voor het model geplaatst en komt enigszins van boven net als maar lang niet zo
hoog als bij het Rembrandt effect.
Het wordt rondom licht genoemd omdat er aan de schaduw kant van de
neus een cirkelvorm zichtbaar is en daarbij wordt aan een kant van het gezicht een schaduw
gecreëerd.
Hierdoor is er nog steeds diepte in het beeld.
Het totaalbeeld is echter meer open en de ogen worden goed belicht en
geaccentueerd.
Dit is eigenlijk de basis belichting en is voor iedereen geschikt.
Met deze methode kan het haast niet misgaan.
Foto's in bladen en magazines zijn veelal met dit lichtpatroon
gemaakt omdat het een garantie is voor goed uitgelichte foto's die bijna iedereen er goed
uitlaat zien vooral omdat de ogen bij dit licht patroon geaccentueerd worden.
Dit lichtpatroon geeft een open en fris beeld.

Het vierde en laatste basis lichtpatroon is de zogenaamde vlinder
belichting (butterfly lighting).
Hierbij wordt de flitser recht voor het model geplaatst en op de neus
gericht.
Het licht staat iets boven het model en werpt onder de neus een
schaduw van een vlinder, vandaar de naam van deze opstelling.
Het licht moet iets boven oogniveau staan, hoger geplaatst
veroorzaakt dit ongewenste schaduwen onder de ogen.
Aan beide zijden van het gezicht op de wangen vallen lichte schaduwen
die het gezicht vormen en er dimensie aan geven.
Dit lichtpatroon wordt veel gebruikt voor glamour foto's en het wordt
ook wel het beauty, Hollywood of Paramount licht genoemd.
Deze set-up wordt merendeel gebruikt bij vrouwen maar ook bij mannen
lijkt het of ze zo van de set bij een Hollywood film zijn weg gelopen.
Ook hier geldt dan de kin niet teveel omlaag mag omdat er dan
schaduwen onder de ogen ontstaan.
Het effect is dan minder open en glamour.
Dit licht is ook geschikt voor personen met een ronder gezicht, door
de schaduw op de wangen wordt het gezicht iets smaller.
Voor mensen met een lang, smal gezicht kan dit licht iets minder goed
uitpakken, juist vanwege de schaduwwerking.
De afstand van het licht tot het onderwerp en de grootte van het
licht bepalen de impact van het licht op het onderwerp.
Hoe dichter de lichtbron op het onderwerp staat hoe meer het
onderwerp omsloten zal worden door het licht hoe meer glamorous, hoe zachter het licht is.
Dus hoe diffuser het licht is des te egaler wordt het model
uitgelicht en komt er als het ware een gloed over het model.
De schaduwen worden minder hard en diep.
Als een gemiddelde lichtbron op een gemiddelde afstand wordt
geplaatst zal het onderwerp ook gemiddeld belicht worden.
En dat is niet wat wordt nagestreefd. Het is niet altijd de bedoeling
dat het licht kwalitatief zo goed/mooi mogelijk gemaakt wordt. Er kan ook gekozen worden
voor hard licht met harde schaduwen om een gezicht meer expressie te geven.
Het licht moet altijd proportioneel zijn aan het onderwerp en moet
ongeveer net zo ver van het model staan als het deel van het model dat belicht moet
worden.
Een veel gemaakte fout in het begin van is dat het licht te ver weg
staat en te hoog.
Bij deze vier lichtopstellingen is de richting van het licht bepaald.
De volgende stap is de kwaliteit van het licht.
De kwaliteit van het licht bepaald de sfeer van de foto. Bij de vier
verschillende basis lichtopstellingen kijkt het model in de camera maar dit hoeft niet
altijd het geval te zijn.
Er zijn twee andere soorten belichting waarbij het gezicht niet in de
richting van de camera kijkt namelijk bij het zogenaamde short lighting en broad lighting.
Er wordt in deze gevallen langs de camera gekeken. In het meest
extreme geval is er sprake van een profiel foto waarbij slechts een kant van het gezicht
zichtbaar is.
Dit geeft echter meestal geen flatteus beeld en is de keuze voor een
3/4 foto van het gezicht van het model snel gemaakt.
Short lighting
Short lighting betekent
dat, door de opstelling van het hoofdlicht, de schaduwkant van het gezicht naar de camera
is gericht.
Dit geeft een dramatisch effect omdat er meer schaduwen zichtbaar
zijn. Bij een ronder gezicht geeft dit een wat slanker beeld.
Ook hier geldt de algemene regel: meer licht = meer helderheid en
meer schaduwen.
Deze stijl van belichten legt meer nadruk op de contouren en kan
gebruikt worden voor en sterk of juist zachter portret door de invulling van de schaduwen
met een fill light of reflectoren. Short lighting is goed geschikt voor low key portretten.
Short lighting geeft een
versmallend effect en is daarom ook prima geschikt voor de belichting van personen met een
wat voller, ronder gelaat.
Broad lighting
Broad lighting betekent
dat, door de opstelling van het hoofdlicht, de verlichte kant van het gezicht naar de
camera is gericht. Hierdoor wordt het beeld meer open en is er slechts een beperkte
schaduw zichtbaar. Het beeld geeft een prettig gevoel. Dit is ook een goede belichting
voor personen met een wat langer gezicht omdat de belichting een bredere illusie geeft.
|